mud magazine
facebook twitter instagram

Honderden lampen, kilometers kabel en een kopje koffie

10/11/2015

Tekst: Linda Bak
Beeld: Bas Gijselhart

Iedereen heeft weleens vol spanning naar het rode doek van een theater zitten staren. Je afvragend wat zich achter het doek afspeelt. Meestal is dat doek niet voor niks dicht en zijn er aan de andere kant nog veel mensen hard aan het werk om de laatste dingen klaar te maken, af te stellen of op te ruimen zodat de voorstelling kan beginnen. Zo ook Rob van Nieuw Amerongen, toneelmeester bij het Parktheater.

Achter de coulissen houdt het theater niet op.  De achterkant van de coulissen is de werkplaats van een grote groep mensen. Technici voor het licht en geluid, klussers voor decor en op en af bouwers moeten allemaal hun weg vinden en hun taak volbrengen. De toneelmeester zorgt ervoor dat mensen elkaar niet in de weg lopen, dat de juiste spullen aanwezig zijn en dat er voldoende kennis in huis is. Tegenwoordig zijn er verschillende opleidingen die mensen opleiden om achter de schermen van een theater te werken, maar soms rollen mensen gewoon het theater in. Rob heeft ooit geleerd voor psychiatrisch verpleegkundige. ‘’Op een gegeven moment ben ik daar gillend weggelopen. Daarna heb ik verschillende banen gehad, maar niks sloot aan bij wat ik leuk vond. Toen vroeg een vriend of ik even mee wilde helpen met het afbreken van een decor bij een amateurgezelschap. Nadat ik dat gedaan had, wist ik t zeker. Dit ga ik doen.’’ Dus nu is het toneelhuis, zoals de ruimte rondom het podium genoemd wordt, van het Parktheater zijn plek.

MUD_Parktheater_BASE_20151105_09 P 4

Aan beide kanten van het toneel en ook aan de achterkant is nog een ruimte die net zo groot is als de toneelvloer zelf. ‘’De architect van dit gebouw heeft dit bewust gemaakt zodat bij grote decorwisselingen bepaalde decorstukken al aan de zijkant van het decor opgebouwd kunnen worden, zodat er sneller gewerkt kan worden,’’ vertelt Rob. Het toneelhuis heeft niet alleen een grote oppervlakte, het is ook heel hoog, 30 meter om precies te zijn. ‘’We gebruiken deze ruimte eigenlijk niet op de manier waarop de architect het bedoeld heeft. Tegenwoordig komen gezelschappen niet meer met een enorm groot decor. Het kan allemaal veel makkelijker opgebouwd worden. Maargoed, veel werkruimte is natuurlijk altijd fijn.’’

P 7

Die werkruimte is ook wel nodig. Er staan honderden lampen, kilometers kabels en dozen vol gereedschap. Maar alles gestructureerd. Iedereen weet waar hij wat kan vinden. En die iedereen dat zijn nogal wat mensen. ‘’Als een andere groep hier een voorstelling heeft dan nemen zij vaak hun eigen technici mee. Wij leveren dan ook nog  het aantal mensen wat zij meenemen van onze kant.’’ Al deze mensen werken even hard om een voorstelling op de planken te zetten. Hier en daar wordt overlegd, iets gerepareerd of spullen klaargezet. Enorme doeken, grote stellages van hout of plastic en kleine rekwisieten, alles passeert de revue. Je krijgt niet vanzelf die mooie beelden op het toneel. Licht speelt een belangrijke rol hierin. Maar voordat die mooie plaatjes van licht te zien zijn moet er heel wat werk verricht worden. Alle lampen worden een voor een afgesteld. Een leuke bijkomstigheid; op elf meter hoogte. Dus je moet geen hoogtevrees hebben als technicus.

P 2

‘’Technici zijn wel een beetje rare kwibussen. Je moet het maar leuk vinden om de hele dag in het donker en op grote hoogte te werken,’’ zegt Rob grappend. Ook die hoogte heb ik ervaren. Jeetje, wat is die zaal hoog en wat zit er nog een hele installatie aan techniek achter en boven het podium. Het begint al met een oranje wenteltrap, zonder leuning.  Alleen een soort van verticale spijlen waaraan ik me, heel krampachtig, vast kan houden. Een paar minuten geleden zei ik nog heel stoer dat ik geen hoogtevrees heb, maar nu begin ik daar toch aan te twijfelen. Naar boven kijken helpt meestal, maar eenmaal boven wordt het niet veel beter. Een vloer waar je doorheen kunt kijken, zo’n rooster. ‘’Ja je kunt er echt op staan hoor,’’ zegt Rob terwijl hij heel behendig tussen alle draden doorloopt. Over de hele vloer, ten grote van het podium, zijn staaldraden gespannen. ‘’Aan een draad kunnen we 500 kilo decor hangen. Die wordt dan met een motor omhoog getakeld en weer naar beneden gelaten natuurlijk. Dat wordt allemaal aangestuurd vanaf een computer.’’ Vanaf het jaar 2000 is dit allemaal elektronisch geregeld, daarvoor moest dit nog allemaal met de hand gebeuren. ‘’We stonden dan met een paar mensen in een kamertje tegengewicht op dit touwen te leggen zodat bepaalde dingen omhoog konden worden getakeld met de hand. Dat was goed voor de armspieren maar echt handig en veilig is het niet. Ben blij dat het nu allemaal via de computer gaat.’’

P 3

Computers zijn echt niet meer weg te denken uit theatertechniekland. Tegenwoordig is bijna alles met een computer te realiseren. Het probleem is alleen dat we er nog steeds niet 100 procent op kunnen vertrouwen. Het blijft techniek, zoals de technici dat zelf altijd zo mooi zeggen. Het kan weleens gebeuren dat de computer er spontaan mee stopt. Dan komt de toneelmeester om de hoek kijken. ‘’Je moet heel oplossingsgericht werken. Daarin is samenwerken ook heel belangrijk.’’ Rob heeft dit geleerd toen hij als technicus op reis was met een theatergezelschap. Dan leer je het vak en het wereldje erachter echt kennen. Je wordt door verschillende landen om verschillende manieren behandeld en je leert heel veel mensen kennen. Soms kreeg ik koude koffie ’s ochtends of zelfs helemaal geen koffie.  Daarom weet ik nu ook hoe ik gastvrij moet zijn naar de mensen die hier komen. Dat is heel belangrijk is deze wereld. Het Parktheater vind het ook heel belangrijk dat wij dat goed doen.’’ Het wereldje van de technici bij het Parktheater is apart, maar heel gastvrij en gezellig. Iedereen loopt heen en weer, maakt rommel en ruimt op, kortom: iedereen werkt hard. Toch was er in deze georganiseerde chaos ook tijd om mij de wereld achter de schermen van het theater te laten zien. Dank daarvoor.

P 6